ECLI:NL:RVS:2026:955
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel
Bij besluit van 29 juli 2025 legde de minister van Asiel en Migratie aan appellant een vrijheidsbeperkende maatregel op. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die zich op 22 december 2025 onbevoegd verklaarde om van het beroep kennis te nemen. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep openstaat tegen het oordeel van de rechtbank over de voortduring van de vrijheidsbeperkende maatregel. Het hoger beroep kan slechts worden doorbroken indien sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces, hetgeen hier niet aan de orde was.
Daarom verklaarde de Raad van State zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van mr. H.G. Sevenster op 23 februari 2026.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen tegen de vrijheidsbeperkende maatregel.