AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Eemshaven geluidverdeling
De raad van de gemeente Het Hogeland stelde op 25 september 2025 het bestemmingsplan "Eemshaven" vast, dat een actualisering vormt van de bestaande beheersverordeningen en een regeling bevat voor de verdeling van geluidruimte binnen het industrieterrein. [Verzoekster], een bedrijf gericht op verwerking van bouwstoffen en afvalstoffen, en Holland Battery 2, eigenaar van een nabijgelegen perceel, maakten bezwaar tegen de geluidregeling omdat zij vreesden dat deze hun bedrijfsvoering zou belemmeren.
Holland Battery 2 trok haar verzoek om voorlopige voorziening in na toezeggingen van de raad dat het bestemmingsplan meer geluidruimte biedt dan de eerdere verordeningen. [Verzoekster] bleef echter bezwaar maken, onder meer vanwege een eerdere milieuvergunning met ruimere geluidsvoorschriften en de toevoeging van extra meetpunten in lopende vergunningprocedures.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestemmingsplan de eerder verleende geluidruimte respecteert en dat de extra meetpunten niet voortvloeien uit het bestemmingsplan maar uit een vergunningprocedure. Er waren geen aanwijzingen dat het plan niet in stand kan blijven en de bezwaren lenen zich niet voor een voorlopige beoordeling. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat de geluidregeling binnen het bestemmingsplan Eemshaven rechtsgeldig is en dat geschillen over de toepassing en interpretatie van geluidnormen in de bodemprocedure moeten worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan Eemshaven wordt afgewezen.
Uitspraak
202506050/2/R3.
Datum uitspraak: 20 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekster], gevestigd in [plaats],
verzoekster,
en
de raad van de gemeente Het Hogeland,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 25 september 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Eemshaven" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben Holland Battery 2 B.V. en [verzoekster] beroep ingesteld.
Holland Battery 2 en [verzoekster] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 12 februari 2026, waar Holland Battery 2, vertegenwoordigd door mr. L. Zuurbier, rechtsbijstandverlener in Amsterdam, vergezeld door ing. D. Sanders, [verzoekster], vertegenwoordigd door ir. E.C. Doekemeijer, vergezeld door [persoon], en de raad, vertegenwoordigd door B. Moes, J.P. Dwarshuis en mr. M.J. Tunnissen, advocaat in Arnhem, zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 22 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Voor de Eemshaven geldt de beheersverordening "Eemshaven" en de Facetbeheersverordening geluidverdeelplan Eemshaven. Het in deze procedure aan de orde zijnde bestemmingsplan is een actualisering daarvan.
In artikel 19.4 van de regels van het bestemmingsplan is een geluidregeling opgenomen. In de toelichting op het bestemmingsplan staat hierover dat de Eemshaven en twee andere aangrenzende industrieterreinen binnen de in 1993 vastgestelde Geluidzone-Industrie liggen en deel uitmaken van het geluidgezoneerde industrieterrein Eemshaven. Om er voor te zorgen dat er binnen de industrieterreinen zelf voldoende geluidruimte beschikbaar blijft voor alle bestaande en toekomstige bedrijfsactiviteiten en dat bedrijven niet meer geluid maken dan noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering, is in artikel 19.4.2 van de planregels een regeling opgenomen voor de verdeling van die totale geluidruimte die beschikbaar is. Hiervoor is het terrein opgedeeld in geluidkavels. Op iedere geluidkavel zijn op de verbeelding standaard-geluidbudgetten opgenomen. Die geluidbudgetten op deze kavels zijn aangeduid als geluidemissiewaarden voor dag, avond en nacht. Deze waarden geven een recht op 'geluidproductie' dat altijd geldt op die kavel. De activiteiten van bedrijven waarbij geluid geproduceerd wordt, moeten dus binnen deze standaard blijven. Naast deze rechten op geluidruimte is het volgens de toelichting mogelijk om op geluidkavels op het industrieterrein meer geluidruimte toe te kennen. Dit kan omdat er in de geluidverdeling over het totale Eemshavengebied rekening is gehouden met een geluidreserve. Bedrijven kunnen extra geluidruimte aanvragen met een omgevingsvergunning. Hiervoor is in artikel 19.4.3 van de planregels een regeling opgenomen. In dat artikel wordt verwezen naar de Beleidsregel Geluidverdeelplan Eemshaven en Oostpolder (Beleidsregel).
3. [verzoekster] is een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op op- en overslag, be- en verwerking van primaire en (verontreinigde) secundaire bouwstoffen en afvalstoffen. Het bedrijf is gevestigd op het perceel Kwelderweg 15.
Holland Battery 2 is eigenaar van het perceel Schildweg 14T. Op dat perceel wil zij een inkoopstation bouwen ten behoeve van een energieopslagsysteem. Dat energieopslagsysteem zal worden aangelegd op een deel van het perceel van [verzoekster]. Voor het inkoopstation is een omgevingsvergunning verleend die onherroepelijk is. Voor de aanleg van het energieopslagsysteem heeft zij een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend.
Beide bedrijven vrezen dat de regeling over de geluidverdeling binnen het plangebied leidt tot een belemmering van hun bedrijfsvoering. Zij hebben daarom tegen het besluit van 25 september 2025 beroep ingesteld. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht het besluit te schorsen, totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op hun beroep.
Het verzoek van Holland Battery 2
4. Holland Battery 2 heeft haar verzoek op zitting ingetrokken. Voor haar was daarbij doorslaggevend dat de raad op de zitting heeft bevestigd dat het standaard-geluidbudget is vastgelegd op de verbeelding bij het bestemmingsplan en dat in het kader van de beoordeling van haar aanvraag om omgevingsvergunning - in het geval daarbij het bestemmingsplan het toetsingskader is - het standaard-geluidbudget wordt bepaald aan de hand van de verbeelding en niet de Beleidsregel. De raad heeft op de zitting ook gezegd dat voor geluid dit bestemmingsplan meer mogelijkheden biedt voor Holland Battery 2 dan de beheersverordening "Eemshaven" en de Facetbeheersverordening geluidverdeelplan Eemshaven.
De voorzieningenrechter zal daarom hierna niet ingaan op het verzoek van Holland Battery 2.
Het verzoek van [verzoekster]
5. [verzoekster] heeft in haar beroep- en verzoekschrift verschillende bezwaren geuit over de geluidregeling in het bestemmingsplan. De beantwoording van de door haar opgeworpen rechtsvragen lenen zich niet voor beantwoording in deze voorlopige voorzieningenprocedure. Een nadere beoordeling zal in de bodemprocedure moeten plaatsvinden. Bij eerste beschouwing zijn er geen aanknopingspunten dat het plan niet in stand kan blijven. De voorzieningenrechter zal hieronder bezien of vooruitlopend op die beoordeling in de bodemzaak een voorlopige voorziening moet worden getroffen.
6. [verzoekster] heeft in het kader van haar verzoek en op de zitting verwezen naar een eerder verleende milieuvergunning, waarin ruimere geluidsvoorschriften zijn opgenomen dan het standaard-geluidbudget voor haar perceel, en naar lopende vergunningprocedures waarin volgens haar op grond van het bestemmingsplan en de Beleidsregel 32 extra meetpunten worden opgenomen, wat leidt tot een beperking van de flexibiliteit en ontwikkelmogelijkheden van haar bedrijf.
6.1. De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 19.4.2, aanhef en onder a, van de planregels de geluidruimte van [verzoekster] weliswaar niet groter mag zijn dan het standaard-geluidbudget dat op de verbeelding is vermeld, maar dat in dat artikel ook staat dat het geluidbudget wel mag worden overschreden door bedrijfsactiviteiten waarvoor al met een omgevingsvergunning een grotere geluidruimte is toegestaan. De voorzieningenrechter deelt daarom niet de op zitting geuite vrees van [verzoekster] dat de eerder vergunde geluidruimte met de inwerkingtreding van het bestemmingsplan niet langer wordt toegestaan. Op het punt dat [verzoekster] heeft gewezen op het toevoegen van extra meetpunten in een lopende vergunningprocedure acht de voorzieningenrechter van belang dat de raad in zijn verweerschrift heeft opgemerkt dat dit los staat van het bestemmingsplan. De raad heeft daarbij aangegeven dat het bestemmingsplan niet voorziet in 32 extra meetpunten voor het vaststellen van geluidgrenswaarden en dat die meetpunten ook niet rechtstreeks voortvloeien uit de Beleidsregel. Het bevoegd gezag heeft volgens de raad in de vergunningprocedure voorgesteld om die extra meetpunten te hanteren in het kader van de beoordeling van de aanvraag om omgevingsvergunning.
Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter in het aangevoerde geen grond voor het oordeel dat vooruitlopend op de beoordeling in de bodemzaak een voorlopige voorziening moet worden getroffen.
Conclusie
7. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
8. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.