GeoMEC heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een biomassa-installatie aan de Tuindersweg 10 in Vierpolders. Het college van burgemeester en wethouders van Brielle, nu Voorne aan Zee, stelde de aanvraag buiten behandeling omdat de aangeleverde gegevens onvoldoende waren om te beoordelen of de aanvraag voldeed aan het Bouwbesluit 2012, de Bouwverordening, de Welstandsnota en het bestemmingsplan.
De rechtbank verklaarde het beroep van GeoMEC tegen deze buiten behandelingstelling ongegrond. GeoMEC stelde in hoger beroep dat de rechtbank onterecht aannam dat zij niet alle gevraagde aanvullende gegevens had aangeleverd. De Raad van State overwoog dat GeoMEC weliswaar een verzoek had gedaan om bepaalde constructieve gegevens later aan te leveren, maar dat dit verzoek onvoldoende specifiek was en niet duidelijk maakte dat de hoofdlijn van de constructie of het constructieprincipe was overgelegd.
De Raad van State bevestigde dat het college op grond van de Regeling omgevingsrecht en de Algemene wet bestuursrecht bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat essentiële gegevens ontbraken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college de aanvraag om een omgevingsvergunning terecht buiten behandeling heeft gesteld wegens onvoldoende aangeleverde constructieve gegevens.
Uitspraak
202404570/1/R3.
Datum uitspraak: 18 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
GeoMEC-4P Realisatie en Exploitatie B.V., gevestigd in Vierpolders, gemeente Voorne aan Zee,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 juni 2024 in zaak nr. 21/2329 in het geding tussen:
GeoMEC
en
het college van burgemeester en wethouders van Brielle, nu Voorne aan Zee.
Procesverloop
Bij besluit van 23 september 2020 heeft het college de aanvraag van GeoMEC om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een collectieve energievoorziening door middel van biomassa (hierna: biomassa-installatie) buiten behandeling gesteld.
Bij besluit van 23 maart 2021 heeft het college het door GeoMEC daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 14 juni 2024 heeft de rechtbank het door GeoMEC daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft GeoMEC hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak behandeld op een zitting van 13 maart 2025, waar GeoMEC, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. J. Geelhoed, advocaat in Honselersdijk, en het college, vertegenwoordigd door ing. A.J. Heijkoop, N. van Helvoort en J. Brinkman, bijgestaan door mr. R.S. Wijling, advocaat in Rotterdam, zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 5 juli 2020. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Inleiding
2. GeoMEC heeft de omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een biomassa-installatie aan de Tuindersweg 10 in Vierpolders (hierna: het perceel).
Bij het besluit van 23 september 2020 heeft het college de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende waren om te beoordelen of de aanvraag voldoet aan het Bouwbesluit 2012, de Bouwverordening, de Welstandsnota en het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Omgevingsplan Buitengebied Brielle", vastgesteld op 28 januari 2020.
3. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de vergunningaanvraag buiten behandeling mocht stellen. GeoMEC kan zich niet vinden in die uitspraak.
4. De relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage. Deze bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.
Hoger beroep
5. GeoMEC betoogt dat de uitspraak van de rechtbank is gebaseerd op een onjuiste veronderstelling. De rechtbank heeft in haar uitspraak opgenomen: "tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet alle door het college verzochte aanvullende gegevens heeft aangeleverd". Volgens GeoMEC blijkt uit wat door haar is aangevoerd bij de rechtbank dat dit wel in geschil was.
5.1. Het college stelt zich op het standpunt dat de rechtbank op dit punt juist heeft geoordeeld. Volgens het college heeft GeoMEC namelijk geen constructiegegevens aangeleverd, terwijl dit op grond van artikel 2.2 van de Regeling omgevingsrecht (hierna: de Mor) wel vereist is. GeoMEC heeft juist op grond van artikel 2.7 van de Mor verzocht of zij deze gegevens later mocht aanleveren. Daaruit blijkt al dat niet in geschil was dat GeoMEC niet alle opgevraagde gegevens heeft aangeleverd. Volgens het college heeft GeoMEC gegevens over de hoofdlijn van de constructie dan wel over het constructieprincipe niet aangeleverd.
5.2. Op grond van artikel 4:2 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is het aan de aanvrager om alle gegevens en bescheiden te verschaffen die noodzakelijk zijn voor het beslissen op de aanvraag. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 27 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4285, onder 4.3.
Uit artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb volgt dat het college kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, als de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking. Het ontbreken van gegevens of bescheiden kan dan ook alleen leiden tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag, indien het zonder die gegevens of bescheiden niet mogelijk is naar behoren een inhoudelijke beslissing op de aanvraag te nemen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 5 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2569, onder 6.1.
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van de Afdeling 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:112, onder 4.1, biedt artikel 2.7, eerste lid, van de Mor de aanvrager de mogelijkheid om bepaalde gegevens op een later moment dan de aanvraag te overleggen. Maar op het moment van vergunningverlening moet er duidelijkheid bestaan over de hoofdlijn van de constructie of het constructieprincipe. Het is aan het college om te beoordelen of er voldoende gegevens en stukken zijn ingediend om een besluit op de aanvraag te nemen.
5.3. Het college heeft in de brief van 23 juli 2020 aan GeoMEC kenbaar gemaakt dat op grond van de Mor de bij de vergunningaanvraag verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag en haar in de gelegenheid gesteld om de aanvraag aan te vullen. Het college heeft bij brief van 19 augustus 2020 nogmaals gewezen op de termijn voor het aanvullen van de aanvraag.
5.4. De Afdeling begrijpt het betoog van GeoMEC zo dat zij het oordeel van de rechtbank bestrijdt dat GeoMEC de door het college gevraagde gegevens en bescheiden over de hoofdlijn van de constructie of over het constructieprincipe niet heeft overgelegd en dat het college alleen daarom al de aanvraag buiten behandeling heeft mogen stellen. De Afdeling overweegt daarover het volgende.
GeoMEC heeft op 3 september 2020 en op 8 september 2020 aanvullende gegevens ingediend. In het stuk van 3 september 2020 heeft GeoMEC onder het kopje "Artikel 2.2 Mor - Constructieve gegevens" geschreven "Conform artikel 2.7 doet aanvrager het verzoek tot uitgestelde indiening van deze gegevens. Uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouw." Hieruit blijkt dat GeoMEC heeft verzocht om constructieve gegevens op een later moment te mogen indienen. Maar dit verzoek is onvoldoende gespecificeerd, waardoor niet duidelijk is om welke gegevens het precies gaat en of dit gegevens zijn die op een later moment mogen worden aangeleverd of niet. De Afdeling overweegt dat dit een aanwijzing is dat GeoMEC niet alle door het college gevraagde gegevens en bescheiden over de hoofdlijn van de constructie of over het constructieprincipe heeft overgelegd.
GeoMEC heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat de door haar ingediende stukken in elk geval wel de gegevens over de hoofdlijn van de constructie of over het constructieprincipe bevatten die het college nodig heeft voor de beoordeling van de voorliggende aanvraag, en dat zij alleen detailgegevens op een later moment had willen indienen.
De Afdeling overweegt dat het college zich daarom op het standpunt heeft mogen stellen dat GeoMEC onvoldoende gegevens heeft aangeleverd om op de aanvraag te kunnen beslissen. Met de rechtbank komt de Afdeling tot het oordeel dat het college de aanvraag alleen al om die reden buiten behandeling heeft mogen stellen.
Het betoog slaagt niet.
6. Omdat bovenstaande overwegingen en oordeel dragend zijn voor de beslissing van de rechtbank en de overige overwegingen van de rechtbank alleen ten overvloede zijn opgenomen, behoeven de overige gronden van GeoMEC geen bespreking.
Conclusie
7. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
8. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzitter, en mr. B. Meijer en mr. J. Gundelach, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Schadd, griffier.
w.g. Hoekstra
voorzitter
w.g. Schadd
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026
780-1076
BIJLAGE
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 4:2
1. De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de aanvrager;
b. de dagtekening;
c. een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.
2. De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
1. Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien:
a. de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, of
b. de aanvraag geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15, of
c. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking,
mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.
[…]
Regeling Omgevingsrecht
Artikel 2.2
In of bij de aanvraag om een vergunning voor een bouwactiviteit verstrekt de aanvrager de volgende gegevens en bescheiden ten behoeve van toetsing aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012:
1. uit het oogpunt van veiligheid:
a. gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat het te bouwen of te wijzigen bouwwerk voldoet aan de gestelde eisen in relatie tot:
1°. belastingen en belastingcombinaties (sterkte en stabiliteit) van alle (te wijzigen) constructieve delen van het bouwwerk, alsmede van het bouwwerk als geheel;
2°. de uiterste grenstoestand van de bouwconstructie en onderdelen van de bouwconstructie.
Indien de aanvraag betrekking heeft op de wijziging of uitbreiding van een bestaand bouwwerk blijkt uit de aangeleverde gegevens tevens wat de opbouw van de bestaande constructie is (tekeningen en berekeningen) en wat de toegepaste materialen zijn;
b. een schriftelijke toelichting op het ontwerp van de constructies, waaruit met name blijkt:
1°. de aangehouden belastingen en belastingcombinaties;
2°. de constructieve samenhang;
3°. het stabiliteitsprincipe;
4°. de omschrijving van de bouwconstructie en de weerstand tegen bezwijken bij brand hiervan;
c. de detaillering van trappen, hellingbanen en vloerafscheidingen (inclusief hekwerken);
d. de draairichting van beweegbare constructieonderdelen;
e. de brandveiligheid en rookproductie van toegepaste materialen;
f. de brandcompartimentering. De opgave bevat tevens gegevens betreffende deuren en daglichtopeningen in uitwendige scheidingsconstructies. Voor zover van belang voor het vluchten bij brand, worden tevens de deuren en daglichtopeningen in inwendige scheidingsconstructies opgegeven;
g. de vluchtroutes en de daarbij behorende mate van bescherming alsmede de aard en plaats van brandveiligheidsvoorzieningen;
h. de inbraakwerendheid van bereikbare gevelelementen;
[…]
Artikel 2.7
1. In de vergunning voor een bouwactiviteit wordt, indien de aanvrager een verzoek tot latere aanlevering heeft ingediend, bepaald dat de volgende gegevens en bescheiden uiterlijk binnen een termijn van drie weken voor de start van de uitvoering van de desbetreffende handeling worden overgelegd:
a. gegevens en bescheiden met betrekking tot belastingen en belastingcombinaties (sterkte en stabiliteit) en de uiterste grenstoestand van alle (te wijzigen) constructieve delen van het bouwwerk alsmede van het bouwwerk als geheel, voor zover het niet de hoofdlijn van de constructie dan wel het constructieprincipe betreft;
[…]
2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de gegevens en bescheiden betrekking hebben op tekeningen of berekeningen waaruit het constructieprincipe blijkt voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, voor de bestaande situatie. Dit betreft:
a. tekeningen van de definitieve hoofdopzet van de constructie van alle verdiepingen inclusief globale maatvoering;
b. schematisch funderingsoverzicht of palenplan met globale plaatsing, aantallen en paalpuntniveaus, inclusief globaal grondonderzoek waaruit de draagkracht van de ondergrond blijkt;
c. plattegronden van vloeren en daken, inclusief globale maatvoering;
d. overzichtstekeningen van constructies in staal, hout en geprefabriceerd beton, inclusief stabiliteitsvoorzieningen en dilataties; principedetails van karakteristieke constructieonderdelen (1:20/1:10/1:5), inclusief maatvoering;
e. een schriftelijke toelichting op het ontwerp van de constructies als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel b.