ECLI:NL:RVS:2026:924

Raad van State

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
202500373/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 AlcoholwetArt. 44a AlcoholwetArt. 1 AlcoholwetArt. 1 Wet op de identificatieplicht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bestuurlijke boete voor verstrekking alcohol aan minderjarigen in jongerencafé

De burgemeester van Amersfoort legde op 27 juli 2023 een bestuurlijke boete van €1.360,- op aan de eigenaar van een jongerencafé wegens overtreding van artikel 20, eerste lid, van de Alcoholwet. De boete werd opgelegd omdat tijdens een controle op 21 juni 2023 alcoholhoudende drank werd verstrekt aan bezoekers van wie niet was vastgesteld dat zij 18 jaar of ouder waren. De controle vond plaats met twee mystery guests die niet onmiskenbaar meerderjarig waren.

De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van de eigenaar tegen de boete ongegrond. De eigenaar stelde in hoger beroep dat er geen alcoholhoudende wijn werd geschonken, maar slechts alcoholvrije of alcoholarme wijn, en dat daarom geen legitimatiecontrole nodig was. Ook voerde hij aan dat de proces-verbalen onzorgvuldig waren en dat er wel degelijk een leeftijdscontrole bij de ingang plaatsvond.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht de boete in stand hield. De stelling dat alleen alcoholvrije of alcoholarme wijn werd geschonken, werd onvoldoende onderbouwd. De proces-verbalen waren zorgvuldig en juist, en de leeftijdscontrole bij de ingang had niet plaatsgevonden zoals de mystery guests verklaarden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.

Uitkomst: De bestuurlijke boete van €1.360,- wegens het verstrekken van alcohol aan personen zonder vastgestelde leeftijd wordt bevestigd.

Uitspraak

202500373/1/A3.
Datum uitspraak: 18 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], gevestigd in [plaats],
appellante,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Midden-­Nederland van 28 november 2024 in zaak nr. 24/900 in het geding tussen:
[appellante]
en
de burgemeester van Amersfoort.
Procesverloop
Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de burgemeester aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 1.360,00 opgelegd wegens overtreding van de Alcoholwet.
Bij besluit van 30 november 2023 heeft de burgemeester het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de burgemeester een nieuw besluit op bezwaar genomen, met een aanvullende motivering, ter vervanging van het besluit op bezwaar van 30 november 2023.
Bij mondelinge uitspraak van 28 november 2024 heeft de rechtbank het door  [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.
De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 januari 2026, waar [appellante], vertegenwoordigd door [appellante], en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. B.J. Eising, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1.       [appellante] is eigenaar van [jongerencafé] aan de [locatie 1] in Amersfoort. In dat café worden zowel alcoholhoudende als niet-alcoholhoudende dranken verkocht en geschonken. Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de burgemeester aan [appellante] een boete van € 1.360,00 opgelegd omdat [appellante] in strijd met artikel 20, eerste lid, van de Alcoholwet, alcoholhoudende drank heeft verstrekt aan bezoekers van wie niet is vastgesteld dat zij de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Als onderbouwing heeft de burgemeester een proces-verbaal van inspectie en een proces-verbaal van gehoor, beide gedateerd op 21 juni 2023 (hierna: de proces-verbalen), aan dat besluit ten grondslag gelegd. In het proces-verbaal van bevindingen staat dat in [jongerencafé] op 21 juni 2023 omstreeks 0:07 uur een controle heeft plaatsgevonden, waarbij gebruik is gemaakt van twee mystery guests die niet onmiskenbaar de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Verder volgt uit dat proces-verbaal dat de toezichthouders hebben waargenomen dat er aan de deur geen controle werd uitgevoerd naar hun leeftijd, dat de twee mystery guests aan de bar een cola en een wijn hebben besteld en dat hun leeftijd daarbij niet is gecontroleerd. De mystery guests hebben tegenover de toezichthouders verklaard dat hen niet is gevraagd naar hun leeftijd en ook niet naar hun identiteitsbewijzen. Verder hebben de mystery guests aan de toezichthouders verklaard dat zij de verstrekker niet kennen en dat zij niet eerder in [jongerencafé] zijn geweest. De burgemeester heeft het door [appellante] gemaakte bezwaar tegen het besluit van 27 juli 2023 ongegrond verklaard.
Wettelijk kader
2.       Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak en maakt deel uit van deze uitspraak.
Uitspraak van de rechtbank
3.       De rechtbank heeft de boete in stand gelaten. Zij heeft daartoe overwogen dat volgens vaste rechtspraak de burgemeester in beginsel mag afgaan op de juistheid van de bevindingen in de proces-verbalen, tenzij er goede redenen zijn om eraan te twijfelen. De rechtbank ziet geen reden om aan de juistheid van de bevindingen in de proces-verbalen te twijfelen. Daaraan heeft de rechtbank onder meer ten grondslag gelegd dat het gebruikelijk is dat er een alcoholhoudende drank wordt geschonken als er wijn wordt besteld. Verder volgt uit de door [appellante] overgelegde inkoopfacturen niet dat [appellante] in de horecaonderneming geen wijn heeft met alcohol en evenmin dat de bevindingen in de proces-verbalen niet kloppen.
Beoordeling hoger beroep
4.       Het hoger beroep gaat over de vraag of de rechtbank de door de burgemeester opgelegde boete terecht in stand heeft gelaten. De hoogte van de boete is niet in geschil.
5.       [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte de door de burgemeester opgelegde boete in stand heeft gelaten. Zij voert hiertoe allereerst aan dat er geen alcoholhoudende drank, als bedoeld in de Alcoholwet, is geschonken en er dan ook niet om een legitimatie hoefde te worden gevraagd. Er wordt volgens [appellante] namelijk geen alcoholhoudende wijn in [jongerencafé] geschonken. Sinds januari 2014 worden in [jongerencafé] nog maar twee soorten wijn geschonken, namelijk een alcoholvrije wijn en een wijn met 0,5% alcohol. De mystery guests kunnen dan ook alleen één van die twee soorten wijn hebben gekregen in [jongerencafé]. [appellante] verwijst ter onderbouwing van zijn betoog naar de door hem in beroep overgelegde inkoopfacturen en afname-overzicht waaruit volgt dat er geen "normale" wijn wordt ingekocht.
5.1.    Wat [appellante] hierover in hoger beroep heeft aangevoerd is zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd daarop ingegaan. [appellante] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling daarvan in de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 8 tot en met 10 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daaraan toe dat zij, net als de rechtbank, van oordeel is dat het tot nog toe gebruikelijk is dat er een alcoholhoudende drank wordt ingeschonken, als iemand een witte wijn bestelt. De Afdeling voegt daaraan verder toe dat [appellante] zijn stelling dat hij sinds 2014 alleen nog maar een alcoholvrije wijn en een wijn met 0,5% alcohol schenkt in [jongerencafé] niet heeft onderbouwd met stukken waar dat uit volgt.
Het betoog slaagt niet.
6.       Verder betoogt [appellante] dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij geen reden ziet om aan de juistheid van de bevindingen in de proces-verbalen te twijfelen. Volgens [appellante] is het proces-verbaal van gehoor erg kort ten opzichte van het proces-verbaal van bevindingen en bevatten de proces-verbalen onjuistheden en zorgvuldigheden. Zo is niet in het proces-verbaal van gehoor opgenomen dat hij een fles alcoholvrije wijn aan de toezichthouders heeft getoond, en hebben de mystery guests, anders dan in het proces-verbaal van bevindingen staat, niet tweemaal maar eenmaal een cola en een wijn besteld.
6.1.    Uit het proces-verbaal van bevindingen volgt, anders dan [appellante] betoogt, dat er éénmaal een cola en een wijn is besteld. Dit volgt uit de constatering van de toezichthouders en de verklaringen van de mystery guests. De enkele omstandigheid dat het proces-verbaal van gehoor kort is, betekent nog niet dat de proces-verbalen onzorgvuldig of onjuist zijn. Verder volgt, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, uit de proces-verbalen niet dat [appellante] tegen de toezichthouders heeft gezegd dat er alcoholarme of alcoholvrije wijn is geschonken of dat hij de wijnfles heeft getoond. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen in de proces-verbalen.
Het betoog slaagt niet.
7.       [appellante] betoogt voorts dat de overweging van de rechtbank dat bij de bestelling moet worden aangegeven dat het om alcoholvrije wijn gaat als iemand wijn bestelt, in [jongerencafé] niet nodig is. Aan de bar hoeft men zich niet te legitimeren omdat de leeftijdscontrole al bij de ingang van het café gebeurt en aan de hand van die leeftijdscontrole iemand een rode (voor minderjarigen en die krijgen dan alleen niet-alcoholhoudende dranken geschonken) of een zwarte stempel (voor meerderjarigen) krijgt.
7.1.    De Afdeling stelt vast dat uit het proces-verbaal van bevindingen volgt dat de toezichthouders hebben geconstateerd dat zowel zij, als enkele jongeren die niet onmiskenbaar de leeftijd van achttien jaar hadden bereikt, onbelemmerd [jongerencafé] konden betreden. Verder staat in het proces-verbaal van bevindingen dat de mystery guests allebei aan de toezichthouders hebben geantwoord dat zij nog nooit in [jongerencafé] waren geweest en dat er ook nog niet eerder naar hun identiteitsbewijs is gevraagd. Anders dan [appellante] betoogt, heeft die leeftijdscontrole bij de ingang niet plaatsgevonden volgens het proces-verbaal van bevindingen en [appellante] heeft de verklaringen daarover van de mystery guests zelf in dat proces-verbaal niet bestreden.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
8.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
9.       De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. van Wezep, griffier.
w.g. Minderhoud
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Wezep
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026
844
BIJLAGE
Wettelijk kader
Alcoholwet
Artikel 1
1. […]
- alcoholhoudende drank: de drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor meer dan een half volumeprocent uit alcohol bestaat;
[…]
Artikel 20
1. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Onder verstrekken als bedoeld in de eerste volzin wordt eveneens begrepen het verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, welke drank echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
2. De vaststelling, bedoeld in het eerste lid:
a. geschiedt aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht, dan wel op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen andere wijze;
b. blijft achterwege, indien het een persoon betreft die onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt.
[…]
Artikel 44a
1. De burgemeester kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding binnen zijn gemeente van het bij of krachtens de artikelen 3, 4, 9, derde, vierde en vijfde lid, 12 tot en met 19, 20, eerste tot en met derde lid, 22, eerste en tweede lid, 24, 25, behoudens het derde lid, 25a, eerste en tweede lid, 25b tot en met 25e, 25f, tweede lid, onder a en c, 29, derde lid, 35, tweede en vierde lid, of 38 gestelde.
[…]