ECLI:NL:RVS:2026:90
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 10 oktober 2025 is afgewezen. De rechtbank heeft het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing op 9 december 2025 ongegrond verklaard. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 7 januari 2026 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat verzoeker opvang en verstrekkingen krijgt gedurende deze periode. De minister is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op de belangenafweging en eerdere jurisprudentie, waarbij wordt voorkomen dat verzoeker onherstelbare schade lijdt door uitzetting voordat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet en krijgt opvang totdat het hoger beroep is beslist.