ECLI:NL:RVS:2026:9
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot behandeling hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling
Appellant is bij besluit van 9 augustus 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 5 november 2025 het beroep tegen het voortduren van deze bewaring ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat het hoger beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 niet is toegestaan. Het enkele feit dat appellant bezwaar maakt, vormt geen reden om het verbod op hoger beroep te doorbreken, aangezien er geen sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces.
Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 6 januari 2026.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring.