ECLI:NL:RVS:2026:850
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang bij niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 24 september 2025 niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit bij uitspraak van 27 november 2025 bevestigd door het beroep van verzoeker ongegrond te verklaren. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 13 februari 2026 de voorlopige voorziening toegewezen. Dit houdt in dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is bepaald dat verzoeker recht heeft op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode.
Daarnaast is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934,00, dat geheel toe te rekenen is aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan in het openbaar door voorzieningenrechter B. Meijer, in aanwezigheid van griffier Q. Boon.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet en krijgt opvang en verstrekkingen totdat het hoger beroep is beslist; minister moet proceskosten vergoeden.