ECLI:NL:RVS:2026:843
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.J. Borman
- C.C.W. Lange
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit centraal stembureau Den Haag over kandidatenlijsten
ORDA heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Den Haag van 6 februari 2026. Dit besluit betrof de geldigheid, nummering en handhaving van kandidatenlijsten en de daarop voorkomende kandidaten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld tijdens een openbare zitting op 13 februari 2026. ORDA was op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verplicht griffierecht te betalen. De wet en de Kieswet bepalen dat dit griffierecht binnen een termijn van twee weken moet worden voldaan, tenzij de voorzitter een kortere termijn stelt.
ORDA werd bij brief van 11 februari 2026 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en dat betaling uiterlijk op de zitting van 13 februari 2026 moest plaatsvinden. Het griffierecht is niet binnen deze termijn betaald. Er zijn geen omstandigheden gebleken die het verzuim van ORDA rechtvaardigen. Daarom verklaart de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk. Het centraal stembureau hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van ORDA wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.