ECLI:NL:RVS:2026:835
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel en afwijzing beroep tegen grensdetentie
De minister van Asiel en Migratie legde op 1 januari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op aan appellant. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 januari 2025 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat klachten over het plaatsen in een isoleercel niet via deze procedure kunnen worden behandeld, maar via een aparte klachtprocedure bij het Justitieel Complex Schiphol. Het hoger beroep bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling zag geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.