ECLI:NL:RVS:2026:834

Raad van State

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
202600479/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 8:67 AwbKieswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit centraal stembureau over kandidatenlijsten Amsterdam

Het beroep betreft het besluit van het centraal stembureau van Amsterdam van 6 februari 2026 over de geldigheid, nummering en handhaving van kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Appellant en anderen voerden aan dat het hen onmogelijk was gemaakt om op de dag van de kandidaatstelling een blanco kandidatenlijst in te leveren. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter vast dat zij geen kandidatenlijst op de voorgeschreven wijze persoonlijk hebben ingediend bij het centraal stembureau.

De Kieswet schrijft dwingend voor dat kandidatenlijsten persoonlijk moeten worden ingeleverd. Het centraal stembureau had appellant hier voorafgaand aan de kandidaatstelling op gewezen. Omdat geen kandidatenlijst is ingediend, kon het centraal stembureau geen besluit nemen over de lijst, zodat er geen besluit bestaat waartegen beroep kan worden ingesteld. Daarom verklaart de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat geen besluit bestond waartegen beroep kon worden ingesteld.

Uitspraak

202600479/1/A2.
Datum uitspraak: 13 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant], wonend in [woonplaats], en anderen,
appellanten,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 13 februari 2026 om 11:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter
Staatsraad mr. C.C.W. Lange, lid
Staatsraad mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid
griffier: mr. A.S. Rietveld
Verschenen:
het centraal stembureau, vertegenwoordigd door B.J.L. Kuijer en E.H.G. Schmitz;
de kiesraad, vertegenwoordigd door mr. drs. A.J. Trouborst.
Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding.
De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Gronden
[appellant] en anderen stellen zich op het standpunt dat het hen onmogelijk is gemaakt om op de dag van de Kandidaatstelling een blanco kandidatenlijst in te leveren.
De Afdeling stelt vast dat [appellant] en anderen niet op de voorgeschreven wijze een kandidatenlijst hebben ingeleverd bij het centraal stembureau op de dag van de kandidaatstelling. Van belemmeringen om de kandidatenlijst in te leveren is niet gebleken.
De Afdeling overweegt dat de Kieswet dwingend voorschrijft dat een kandidatenlijst in persoon moet worden ingeleverd. Het centraal stembureau heeft [appellant] hierop gewezen voorafgaand aan de dag van de kandidaatstelling.
Omdat de kandidatenlijst niet is ingeleverd, heeft het centraal stembureau hierop ook geen beslissing kunnen nemen. Daarom is er geen besluit waartegen [appellant] en anderen op grond van artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht beroep kunnen instellen.
Het centraal stembureau hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Borman
voorzitter
w.g. Rietveld
griffier
1064