ECLI:NL:RVS:2026:825
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na weigering verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 1 mei 2025 is afgewezen. Vervolgens heeft de minister op 17 oktober 2025 een vertrekbevel en inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond en vernietigde het besluit tot vertrekbevel.
De minister stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, terwijl verzoeker zowel incidenteel hoger beroep instelde als een verzoek tot voorlopige voorziening indiende. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om opvang en verstrekkingen tijdens het hoger beroep beoordeeld.
Na afweging van de belangen van verzoeker heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat geen voorlopige voorziening wordt getroffen. Het verzoek wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor opvang en verstrekkingen wordt afgewezen.