ECLI:NL:RVS:2026:792
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft op 15 oktober 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 februari 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 11 februari 2026 bij wijze van ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op die datum achterwege blijft, omdat de termijn voor het instellen van hoger beroep nog niet was verstreken. De voorzieningenrechter zal na het verstrijken van deze termijn uitspraak doen over het resterende deel van het verzoek.
Daarnaast is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter C.M. Wissels en griffier N.A. de Jong.
Uitkomst: De Raad van State treft een voorlopige voorziening waardoor de beëindiging van verstrekkingen op 11 februari 2026 wordt opgeschort en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.