ECLI:NL:RVS:2026:785
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning renovatie woning
Het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug verleende op 5 september 2024 een omgevingsvergunning voor de renovatie van een woning in Maarn. Na bezwaar handhaafde het college de vergunning bij besluiten van 24 februari 2025. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde de besluiten, maar liet de rechtsgevolgen intact. Verzoeker en anderen stelden hoger beroep in en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de mondelinge zitting op 29 januari 2026 wees de voorzieningenrechter het verzoek af. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat een voorlopige voorziening noodzakelijk was, omdat na een geslaagd hoger beroep de beëindiging van de bewoning naar verwachting zonder problemen kan worden gerealiseerd. Deze inschatting werd door alle partijen gedeeld.
Daarnaast vond de voorzieningenrechter de motivering van de rechtbank in rechtsoverweging 34 van de bestreden uitspraak naar voorlopig oordeel navolgbaar. Het college werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt dat voorlopige voorzieningen niet snel worden toegekend als de gevolgen van het hoger beroep beheersbaar zijn.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor woningrenovatie is afgewezen.