ECLI:NL:RVS:2026:780
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie verleende op 23 oktober 2024 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan betrokkene. Betrokkene verzocht om bestuurlijke heroverweging van een eerder besluit uit 2021, maar dit verzoek werd op 25 maart 2025 afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde op 13 januari 2026 het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit van de minister en stelde de ingangsdatum van de verblijfsvergunning vast op 18 augustus 2019.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen. De voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde dat de belangen van de minister aanleiding geven om de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor de situatie van voor de uitspraak van de rechtbank herleeft.
Dit betekent dat de ingangsdatum van de verblijfsvergunning voorlopig blijft op 8 mei 2023 totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer op 13 februari 2026.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat het hoger beroep van de minister is beslist, waardoor de ingangsdatum van de verblijfsvergunning voorlopig blijft op 8 mei 2023.