AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging uitspraak en nieuw besluit over omgevingsvergunning recreatiewoningen Hemelum
Het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân verleende op 16 september 2022 een omgevingsvergunning aan Zeilschool de Morra B.V. voor het bouwen van zes recreatiewoningen op een perceel in Hemelum, in strijd met het bestemmingsplan. Hemelumer Hoeve B.V., exploitant van een nabijgelegen varkenshouderij, stelde dat dit bouwplan haar bedrijfsbelangen onevenredig schaadt en maakte bezwaar.
De rechtbank Noord-Nederland vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering over geuraspecten, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Hemelumer Hoeve B.V. ging hiertegen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de belemmering die het bouwplan oplevert voor de planologisch toegestane uitbreidingsmogelijkheden van Hemelumer Hoeve B.V.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen in stand hield en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen waarin de belangenafweging met betrekking tot de bedrijfsuitbreiding van Hemelumer Hoeve B.V. deugdelijk wordt gemotiveerd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college moet een nieuw besluit nemen met een deugdelijke belangenafweging ten aanzien van de bedrijfsuitbreiding van Hemelumer Hoeve B.V.
Uitspraak
202307285/1/R3.
Datum uitspraak: 11 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
Hemelumer Hoeve B.V., gevestigd in Hemelum, gemeente Súdwest-Fryslân,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank NoordNederland van 13 oktober 2023 in zaak nr. 22/3741 in het geding tussen:
Hemelumer Hoeve B.V.
en
het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
Procesverloop
Bij besluit van 16 september 2022 heeft het college aan Zeilschool de Morra B.V., een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van zes recreatiewoningen op het perceel Buorren 31A t/m 31F in Hemelum.
Bij uitspraak van 13 oktober 2023 heeft de rechtbank het door Hemelumer Hoeve B.V. daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 16 september 2022 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.
Tegen deze uitspraak heeft Hemelumer Hoeve B.V. hoger beroep ingesteld.
Het college en Zeilschool de Morra B.V. hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 11 november 2025, waar Hemelumer Hoeve B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde A], vergezeld door [persoon] en bijgestaan door mr. M. de Boer, advocaat in Heerenveen, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.R. van der Velde, vergezeld door E.E. van der Pal, zijn verschenen. Verder is op de zitting Zeilschool de Morra B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde B], als partij gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (de Wabo).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 11 februari 2022. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Inleiding
2. De aanvraag van 11 februari 2022 is gedaan voor het bouwen van zes recreatiewoningen op het perceel Buorren 31A t/m 31F in Hemelum.
3. Op de locatie geldt het bestemmingsplan "Bestemmingsplan dorpskern Hemelum". De gronden hebben de bestemmingen "Bedrijf" en "Waarde-Archeologie 2" en de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf — watersportbedrijf". Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat op de locatie geen recreatiewoningen zijn toegestaan. Ook voldoet het bouwplan niet aan de bouwregels voor bouwen binnen een bouwvlak.
4. Het college heeft een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo verleend voor de activiteiten "bouwen" en "handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening". Voor het afwijken van het bestemmingsplan heeft het college toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º van de Wabo.
5. Hemelumer Hoeve B.V. exploiteert een varkenshouderij op het perceel De Soal 4 in Hemelum, op ongeveer 300 m van de bouwlocatie. Hemelumer Hoeve B.V. kan zich niet met het bouwplan verenigen, omdat zij vindt dat het plan haar bedrijfsbelangen onevenredig aantast.
De uitspraak van de rechtbank
6. De rechtbank heeft overwogen dat het college heeft erkend dat het aspect geur in het besluit van 16 september 2022 niet goed is gemotiveerd. De rechtbank heeft het beroep daarom gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft aanleiding gezien om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. Daarbij heeft de rechtbank, kort gezegd, in aanmerking genomen dat Hemelumer Hoeve B.V nog geen officiële aanvraag tot uitbreiding heeft ingediend, zodat het college daarmee ook geen rekening kon houden bij het verlenen van de omgevingsvergunning. Verder heeft het college het besluit in beroep nader gemotiveerd onder verwijzing naar het "Geuronderzoek 6 recreatiewoningen Hemelum" van 25 november 2022 van BügelHajema Adviseurs. Volgens de rechtbank is in dit onderzoek rekening gehouden met de uitbreiding van de varkenshouderij, binnen de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. De rechtbank volgt het college in de conclusie, gebaseerd op het onderzoek van BügelHajema, dat het toevoegen van de recreatiewoningen niet leidt tot een belemmering voor de mogelijkheden van het bedrijf omdat Hemelumer Hoeve B.V. op dit moment al belemmerd wordt vanwege de bestaande geurgevoelige objecten.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat Hemelumer Hoeve B.V. niet onevenredig in haar bedrijfsbelangen zal worden geschaad door verwezenlijking van het bouwplan.
Het hoger beroep
Toetsingskader
7. Het college komt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toe en het moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen.
Bedrijfsbelangen
8. Hemelumer Hoeve B.V. betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bedrijfsbelangen van Hemelumer Hoeve B.V. niet onevenredig worden geschaad door verwezenlijking van het bouwplan. Zij voert aan dat de nieuwe recreatiewoningen een belemmering vormen voor de uitbreidingmogelijkheden van haar bedrijf, binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan "Buitengebied Súdwest-Fryslân I" van 28 september 2023.
Hemelumer Hoeve B.V. voert aan dat het geuronderzoek van BügelHajema niet deugdelijk is. Zo is daarin ten onrechte een loods met een bedrijfsbestemming als geurgevoelige functie aangeduid, en ook is niet onderkend dat het bouwplan een grotere beperking met zich brengt dan in de huidige situatie het geval is. Weliswaar zijn er in de huidige situatie objecten aanwezig die een belemmering vormen voor de huidige bedrijfsvoering en uitbreidingsplannen van Hemelumer Hoeve B.V., maar de nieuwe recreatiewoningen zullen straks maatgevend zijn. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft Hemelumer Hoeve B.V. een memo van 20 december 2023 van ForFarmers en een e-mailbericht van de gemeente van 20 juni 2025 overgelegd.
8.1. De Afdeling overweegt dat Hemelumer Hoeve B.V. sinds jaren een wens heeft tot uitbreiding van haar agrarische bedrijfsbebouwing, en daarvan is het college ook op de hoogte. Hemelumer Hoeve B.V. heeft eerder een aanvraag gedaan tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan en om verlening van een omgevingsvergunning, maar de raad en het college van Súdwest-Fryslân hebben geweigerd om daaraan mee te werken. Die weigeringen zijn onherroepelijk geworden met de uitspraak van de Afdeling van 12 oktober 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2941).
Zoals blijkt uit de stukken en ook op de zitting is besproken, heeft Hemelumer Hoeve B.V. daarna haar uitbreidingsplannen aangepast. Zij heeft een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) aangevraagd voor de bouw van twee nieuwe varkensstallen, binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan. Ten tijde van het nemen van het besluit van 16 september 2022 was deze aanvraag nog niet ingediend, maar dat neemt niet weg dat het college bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de recreatiewoningen rekening moet houden met de belangen van Hemelumer Hoeve B.V bij uitbreiding van haar bedrijf binnen de mogelijkheden van het geldende planologisch regime.
8.2. De Afdeling volgt het college niet in het standpunt dat de recreatiewoningen niet leiden tot een belemmering van de bedrijfsbelangen van Hemelumer Hoeve B.V. Daarvoor is het volgende van belang.
In het door Hemelumer Hoeve B.V. overgelegde memo van 20 december 2023 staat dat er sprake is van een zogenoemde overbelaste situatie, waarbij de huidige geurbelasting van Hemelumer Hoeve B.V. op de bestaande woningen hoger is dan de geldende geurnorm in artikel 3, eerste lid, van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), zoals die gold ten tijde van het besluit van 16 september 2022. In het memo staat een verwijzing naar artikel 3, derde lid, van de Wgv, waaruit, onder meer, volgt dat een omgevingsvergunning voor een veehouderij niet wordt geweigerd als de geurbelasting niet toeneemt en het aantal dieren van één of meer diercategorieën niet toeneemt. In het memo staat dat Hemelumer Hoeve B.V. de aanvraag heeft gedaan voor de bouw van twee nieuwe stallen binnen het bouwvlak, waarbij het aantal dieren niet toeneemt. Uit de in het memo opgenomen V-stacksberekening volgt dat de geurbelasting als gevolg van de uitbreiding op de bestaande woningen gelijk blijft of afneemt. Op de gevel van de twee dichtstbijzijnde recreatiewoningen is een geurbelasting berekend van 4,9 odour units per kubieke meter. Zoals op de zitting met partijen is besproken, is dat 0,1 odour units per kubieke meter meer dan is berekend in het onderzoek van BügelHajema.
Verder heeft Hemelumer Hoeve B.V. een e-mailbericht van de gemeente Súdwest-Fryslân van 20 juni 2025 overgelegd. Daarin staat dat een toename van de geurbelasting op de recreatiewoningen op grond van de Wgv niet is toegestaan, zodat de aanvraag moet worden geweigerd. Het college heeft de V-stacksberekening in het memo en de mededingen in het e-mailbericht niet gemotiveerd betwist.
Gelet op het voorgaande, komt de Afdeling tot de conclusie dat Hemelumer Hoeve B.V., aannemelijk heeft gemaakt dat het bouwplan leidt tot het belemmeren van de planologisch toegestane uitbreidingsmogelijkheden van haar bedrijfsbebouwing. Het college heeft dit niet onderkend en heeft deze belemmering ten onrechte niet kenbaar meegewogen bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de recreatiewoningen. De rechtbank heeft daarom ten onrechte aanleiding gezien de rechtsgevolgen van het besluit van 16 september 2022 in stand te laten.
Het betoog slaagt.
Conclusie
9. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd, voor zover de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 16 september 2022 in stand heeft gelaten.
10. Het college moet met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit nemen op de aanvraag van Zeilschool de Morra B.V. Daarbij moet het college alsnog deugdelijk motiveren hoe de belangen van Hemelumer Hoeve B.V. bij de uitbreiding van haar bedrijfsbebouwing binnen de mogelijkheden van het geldende planologisch regime zijn betrokken in de belangenafweging, en onderbouwen dat de uitkomst van die belangenafweging zich verdraagt met een goede ruimtelijke ordening. Het nieuwe besluit hoeft niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb te worden voorbereid.
Met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat tegen het nieuwe besluit alleen bij haar beroep kan worden ingesteld.
Proceskosten
11. Het college moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 13 oktober 2023 in zaak nr. 22/3741, voor zover de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân van 16 september 2022, kenmerk UV 20220155, in stand heeft gelaten;
III. bepaalt dat tegen het te nemen nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld;
IV. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân tot vergoeding van bij Hemelumer Hoeve B.V. in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand;
V. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân aan Hemelumer Hoeve B.V. het door haar voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrag van € 548,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. Kemerink op Schiphorst-Hofman, griffier.