ECLI:NL:RVS:2026:677

Raad van State

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
202506095/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • G.T.J.M. Jurgens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak over besluit Technische Universiteit Delft

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 11 februari 2026 uitspraak gedaan over een verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak van 3 december 2025. In die eerdere uitspraak was het beroep van verzoeker tegen een besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft verzocht om herziening van deze uitspraak op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit bijzondere rechtsmiddel kan alleen worden gebruikt indien er feiten of omstandigheden zijn die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, die bij verzoeker niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die, indien zij bij de Afdeling bekend waren geweest, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.

De Afdeling stelt dat het verzoek niet voldoet aan deze criteria. Het verzoek komt neer op een heropening van het debat en het opnieuw aanvoeren van argumenten die reeds in de eerdere procedure aan de orde waren of hadden kunnen worden gebracht. Dit is niet toegestaan. Daarom wordt het verzoek tot herziening afgewezen en worden geen proceskosten toegekend.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van G.T.J.M. Jurgens, in aanwezigheid van griffier A.S. Rietveld.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

202506095/1/A2.
Datum uitspraak: 11 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
om herziening (artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 3 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5802.
Procesverloop
Bij uitspraak van 3 december 2025, in zaak nr. 202505419/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:5802, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard.
[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.
[verzoeker] heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft het verzoek op een zitting behandeld op 3 februari 2026, waar [verzoeker] is verschenen.
Overwegingen
1.       Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt:
"De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.       De Afdeling stelt voorop dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.
3.       Naar het oordeel van de Afdeling heeft [verzoeker] geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Wat [verzoeker] heeft aangevoerd komt neer op een heropening van het debat, omdat hij het niet eens is met de uitspraak van 3 december 2025. Zoals onder 2 is overwogen, kan dat niet leiden tot herziening van de uitspraak.
4.       Het herzieningsverzoek wordt afgewezen. De proceskosten hoeven niet te worden vergoed.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek om herziening af.
Aldus vastgesteld door mr. G.T.J.M. Jurgens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Rietveld, griffier.
w.g. Jurgens
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Rietveld
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026
1064