ECLI:NL:RVS:2026:62
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in asielzaak met betrekking tot verblijfsvergunning
Op 7 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak waarin een verzoeker een voorlopige voorziening heeft gevraagd. De zaak betreft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie op 29 januari 2025 was afgewezen. De rechtbank Den Haag had op 9 december 2025 het beroep van de verzoeker ongegrond verklaard, waarna de verzoeker hoger beroep heeft ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om te bepalen dat hij niet zou worden uitgezet totdat er op het hoger beroep was beslist, en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter heeft, gelet op de aangevoerde argumenten, besloten een voorlopige voorziening te treffen. De minister van Asiel en Migratie werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de verzoeker, die op € 934,00 zijn vastgesteld, geheel toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak is openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.