ECLI:NL:RVS:2026:602

Raad van State

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
202500424/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 3:4 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verkeersbesluit afsluiting en parkeerverbod Mastbos Breda na bezwaar en beroep

Het college van burgemeester en wethouders van Breda heeft op 9 november 2023 een verkeersbesluit genomen om een weggedeelte nabij het Mastbos af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer en een parkeerverbod in te stellen op diverse wegen. Dit besluit is genomen naar aanleiding van verzoeken van Staatsbosbeheer om de verkeersveiligheid, natuur en leefklimaat te beschermen tegen de druk van hoge bezoekersaantallen.

Old Brook Corner, exploitant van Hotel Mastbosch aan de rand van het Mastbos, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit vanwege onvoldoende openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving van het hotel. De rechtbank verklaarde het beroep van Old Brook Corner ongegrond, stellende dat er voldoende parkeerplaatsen zijn, ook rekening houdend met een mogelijke uitbreiding van het hotel.

In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Afdeling overweegt dat het college de parkeerbehoefte adequaat heeft beoordeeld, zowel voor de huidige situatie met 53 hotelkamers als voor de toekomstige situatie met 100 kamers, waarbij het parkeerterrein kan worden uitgebreid. De belangenafweging van het college wordt als niet onevenredig beoordeeld.

Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college blijft in stand. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep van Old Brook Corner wordt ongegrond verklaard en het verkeersbesluit blijft in stand.

Uitspraak

202500424/1/A2.
Datum uitspraak: 4 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
Old Brook Corner Vastgoed B.V. (hierna: Old Brook Corner), gevestigd in Breda,
appellante,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland­West­Brabant (hierna: de rechtbank) van 17 december 2024 in zaak nr. 24/6430 in het geding tussen:
Old Brook Corner
en
het college van burgemeester en wethouders van Breda.
Procesverloop
Bij besluit van 9 november 2023 heeft het college het weggedeelte na Bouvignedreef 1 tot aan de Bouvignelaan in Breda afgesloten voor gemotoriseerd verkeer en een parkeerverbod ingesteld voor de Huisdreef, de Stouwdreef en een gedeelte van de Bouvignedreef in Breda.
Bij besluit van 15 juli 2024 heeft het college het door Old Brook Corner daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 17 december 2024 heeft de rechtbank het door Old Brook Corner daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Old Brook Corner hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Old Brook Corner heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 11 november 2025, waar Old Brook Corner, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. P.J.M. Boomaars, advocaat te Breda, en het college, vertegenwoordigd door mr. S.E.A. Groeneveld, advocaat te Breda, vergezeld door A.J.M. Goorden en M. Geervliet, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1.       Hotel Mastbosch en grand café Heeren van Oranje (hierna: het hotel) zijn gelegen aan de rand van het Mastbos aan de Burgemeester Kerstenslaan 20 te Breda. Old Brook Corner exploiteert het hotel. Het college, Staatsbosbeheer en Old Brook Corner zijn het erover eens dat de verkeersveiligheid, de natuur en het woon- en leefklimaat in dit gedeelde van het Mastbos onder druk staat door de hoge bezoekersaantallen. Staatsbosbeheer heeft het college verzocht gemotoriseerd verkeer door het bos te beperken en het parkeren in de bermen en op de rijbaan te voorkomen. Naar aanleiding daarvan heeft het college het verkeersbesluit genomen. Old Brook Corner kan zich niet vinden in het verkeersbesluit en heeft aangevoerd dat er onvoldoende openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving van het hotel overblijven om te voorzien in de parkeerbehoefte van het hotel.
Wettelijk kader
2.       Het wettelijk kader staat in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.
Uitspraak van de rechtbank
3.       De rechtbank heeft geoordeeld dat er voldoende openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving van het hotel aanwezig zijn om te voorzien in de parkeerbehoefte van het hotel. De rechtbank heeft daarbij betrokken dat naast de 88 parkeerplaatsen binnen loopafstand van het hotel (20 parkeerplaatsen voor het hotel en 68 parkeerplaatsen op het parkeerterrein van Staatsbosbeheer (hierna: het parkeerterrein)) iets verder weg nog eens 28 openbare parkeerplaatsen aanwezig zijn en dat het parkeerterrein kan worden uitgebreid naar 125 parkeerplaatsen. Naar het oordeel van de rechtbank mocht het college, gelet op zijn beleidsruimte, tot het vastgestelde verkeersbesluit komen.
Hoger beroep
4.       Het college heeft beoordelingsruimte bij de beantwoording van de vraag wat nodig is ter bescherming van de verkeersbelangen genoemd in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Het college dient dit naar behoren te motiveren. Afhankelijk van de beroepsgronden gaat de bestuursrechter in op de vraag of de manier waarop het college van die beoordelingsruimte gebruik heeft gemaakt in overeenstemming is met het recht. Daarbij moet de bestuursrechter nagaan of het college redelijkerwijs de beoordelingsruimte op die manier heeft kunnen invullen. Nadat het college heeft vastgesteld wat naar zijn oordeel nodig is gelet op de betrokken verkeersbelangen, moet het de uitkomst van die beoordeling afwegen tegen de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het besluit. Bij die afweging heeft het bestuursorgaan beleidsruimte. De bestuursrechter gaat niet na of hij in het concrete geval tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de (uitkomst van de) belangenafweging die ten grondslag ligt aan het besluit niet onevenredig is in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen (artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht).
5.       Old Brook Corner betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er voldoende openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving van het hotel aanwezig zijn om te voorzien in de parkeerbehoefte van het hotel. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, zijn er geen 28 extra parkeerplaatsen aanwezig. Op de locatie waar de rechtbank naar verwijst, heeft het college paaltjes geplaatst. Daar kan dus niet meer worden geparkeerd. De rechtbank had ervan uit moeten gaan dat in de directe omgeving van het hotel nog maar 88 parkeerplaatsen aanwezig zijn. Zij voert verder aan dat de rechtbank van te weinig hotelkamers is uitgegaan. Het hotel heeft niet 46 hotelkamers, maar 53 hotelkamers. Dat betekent dat het hotel een grotere parkeerbehoefte heeft dan waar de rechtbank vanuit is gegaan. Verder heeft de rechtbank niet onderkend dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met haar toekomstige parkeerbehoefte. Het hotel heeft immers een omgevingsvergunning om het hotel uit te breiden van 53 kamers tot 100 kamers.
5.1.    De Afdeling overweegt dat het college in het besluit van 15 juli 2024 niet alleen rekening heeft gehouden met de parkeersituatie na de inwerkingtreding van het verkeersbesluit (hierna: de bestaande situatie) maar ook met de situatie dat het hotel het aantal parkeerplaatsen en hotelkamers heeft uitgebreid zoals opgenomen in de onherroepelijke omgevingsvergunning van 8 juni 2022 (hierna: de toekomstige situatie). Voor beide situaties geldt dat het hotel de parkeerplaatsen op het parkeerterrein dagelijks exclusief mag gebruiken tussen 18.00 en 9.00 uur.
In de bestaande situatie zijn er in totaal 88 parkeerplaatsen beschikbaar, namelijk 68 parkeerplaatsen op het parkeerterrein en 20 parkeerplaatsen vóór het hotel. Volgens de Nota Parkeernormen Breda 2021 bedraagt de parkeerbehoefte per hotelkamer 1,2 parkeerplaatsen. Het college heeft op de zitting toegelicht dat ook als het hotel inmiddels 53 hotelkamers heeft, in plaats van 46 hotelkamers, aan de parkeerbehoefte van het hotel wordt voldaan. De parkeerbehoefte is dan 64 parkeerplaatsen. Dat betekent dat 24 openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving van het hotel niet nodig zijn voor de hotelfunctie. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in de bestaande situatie wordt voldaan aan de parkeerbehoefte van het hotel. De vraag of er 28 extra parkeerplaatsen beschikbaar zijn binnen 100 meter van het hotel behoeft geen bespreking. Uit het besluit van 15 juli 2024 blijkt niet dat het college die parkeerplaatsen bij de berekening van het beschikbare aantal parkeerplaatsen heeft betrokken. Ook zonder die plekken is de conclusie gerechtvaardigd dat in de bestaande situatie wordt voldaan aan de parkeerbehoefte van het hotel.
Met de omgevingsvergunning kan het hotel worden uitgebreid tot 100 hotelkamers. De parkeerbehoefte van het hotel neemt in die situatie toe tot 119 parkeerplaatsen. Aan de vergunning is gekoppeld dat het parkeerterrein kan worden uitgebreid naar 125 parkeerplaatsen. Omdat in de toekomstige situatie 12 parkeerplekken vóór het hotel zullen verdwijnen, blijven er in totaal 133 parkeerplaatsen in de directe omgeving van het hotel over. Het college heeft toegelicht dat ook in die situatie wordt voldaan aan de parkeerbehoefte van het hotel. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat het college niet kan worden tegengeworpen dat Old Brook Corner nog geen gebruik heeft gemaakt van het aanbod van Staatsbosbeheer om het parkeerterrein uit te breiden. Old Brook Corner heeft immers ook een eigen verantwoordelijkheid om te voorzien in de parkeerbehoefte van het hotel.
De Afdeling komt tot de conclusie dat het college zich in het besluit van 15 juli 2024 voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van Old Brook Corner. In beide situaties wordt aan de parkeerbehoefte van het hotel voldaan. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat de belangenafweging die ten grondslag ligt aan het besluit van 15 juli 2024 niet onevenredig is in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
6.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
7.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Engele, griffier.
w.g. Van Altena
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Engele
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026
1033
BIJLAGE - Wettelijk kader
Wegenverkeerswet 1994
Artikel 2
1 De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen strekken tot:
a. het verzekeren van de veiligheid op de weg;
b. het beschermen van weggebruikers en passagiers;
c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.
2 De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken tot:
a. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.
[…]