ECLI:NL:RVS:2026:513

Raad van State

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
202600199/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:67 AwbArt. G 5 KieswetArt. D 8 Kieswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij aanduiding politieke groepering

ORDA heeft bij het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ te mogen gebruiken op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen in Maastricht op 18 maart 2026. Het centraal stembureau stelde dit verzoek buiten behandeling. ORDA stelde vervolgens beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling wees ORDA bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht en stelde een uiterste betalingstermijn van 22 januari 2026 om 10:00 uur. ORDA heeft het griffierecht niet binnen deze termijn voldaan. Er zijn geen omstandigheden aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen.

Op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en de specifieke bepalingen in de Kieswet is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling benadrukte dat de termijn voor betaling van het griffierecht in deze procedure twee weken bedraagt en dat een kortere termijn kan worden gesteld, zoals hier is gebeurd. Het beroep wordt daarom afgewezen zonder inhoudelijke behandeling.

Uitkomst: Het beroep van ORDA wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

202600199/1/A2.
Datum uitspraak: 23 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
ORDA, gevestigd in Nijmegen,
appellante,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Maastricht,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 23 januari 2026 om 15:13 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter
Staatsraad mr. W. den Ouden, lid
Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid
griffier: mr. A.S. Rietveld
Verschenen:
de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. drs. A.J. Trouborst.
Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 23 december 2025, waarbij het verzoek van de politieke groepering ORDA buiten behandeling is gesteld. ORDA heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven. Met deze aanduiding wenst ORDA vermeld te worden op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Maastricht op 18 maart 2026.
De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Gronden:
ORDA is op grond van artikel 8:41 van Pro de Awb voor het door haar ingestelde beroep griffierecht verschuldigd. Een beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
In artikel G 5, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel D 8, tweede lid, van de Kieswet, is in afwijking van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb bepaald dat de termijn, binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag moet plaatsvinden, twee weken bedraagt. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een kortere termijn stellen.
ORDA is bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk op 22 januari 2026 om 10:00 uur moet zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat ORDA in verzuim is geweest.
w.g. Borman
voorzitter
w.g. Rietveld
griffier
1064