ECLI:NL:RVS:2026:446
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie in hoger beroep
Op 17 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, die op 31 december 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen zonder verdere nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin dienen.
De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de bewaring is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.