ECLI:NL:RVS:2026:4442
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 24 september 2024 een locatie op de hoek van de Mauritsstraat en de Dillenburgstraat aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC). Appellanten, wonend in de omgeving, stelden dat deze locatie ongeschikt is, mede vanwege eerdere bezwaarprocedures, nabijheid van laadpalen, geur- en geluidsoverlast, en het ontbreken van draagvlak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de eerdere intrekking van een nabijgelegen locatie wegens een onvoorziene leiding niet betekent dat de nu aangewezen locatie ongeschikt is. Ook de aanwezigheid van laadpalen vormt geen belemmering, aangezien deze verplaatst of verwijderd zullen worden. Geur- en geluidshinder en zwerfvuil zijn onder normale omstandigheden geen reden om de locatie af te wijzen.
Verschillende alternatieve locaties werden door appellanten voorgesteld, maar het college heeft gemotiveerd waarom deze niet zodanig geschikter zijn dat het had moeten kiezen voor die alternatieven. De Afdeling ziet geen aanleiding om aan deze motivering te twijfelen. Het beroep wordt daarom, voor zover ontvankelijk, ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van de locatie voor de ondergrondse restafvalcontainer wordt ongegrond verklaard.