ECLI:NL:RVS:2026:4437
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing compensatie afgeloste private schulden in toeslagenaffaire
In deze zaak heeft appellante, gedupeerde van de toeslagenaffaire, een aanvraag ingediend voor compensatie van afgeloste private schulden bij de Belastingdienst/Toeslagen. De schulden betroffen een bedrag aan de Alliantie en een bedrag aan Fexxbudget. De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat de schulden niet voldeden aan de voorwaarden van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), met name de eis van opeisbaarheid en het tijdstip van aflossing.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, waarbij werd overwogen dat de schuld aan de Alliantie al voor ontvangst van het compensatiebedrag was afgelost en dat de schuld aan Fexxbudget niet opeisbaar was vóór 1 juni 2021, omdat er geen betalingsachterstand was ontstaan.
In hoger beroep heeft appellante zich beperkt tot de schuld aan Fexxbudget en betoogd dat de schuld mondeling was opgeëist, wat volgens haar voldoende is voor opeisbaarheid. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft dit betoog verworpen, stellende dat de wettelijke eis is dat de schuld daadwerkelijk opeisbaar moet zijn vóór 1 juni 2021, hetgeen niet is aangetoond.
Daarnaast heeft appellante aangevoerd dat de afwijzing in strijd is met het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel, omdat zij onder moeilijke omstandigheden wel aan haar betalingsverplichtingen heeft voldaan. De Afdeling heeft dit betoog eveneens verworpen, verwijzend naar eerdere jurisprudentie.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de compensatie van de schuld aan Fexxbudget wordt bevestigd.