ECLI:NL:RVS:2026:443
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
Appellant is op 13 december 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 5 januari 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en het hoger beroep ongegrond verklaard, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling ziet ook geen reden om ambtshalve de bewaring onrechtmatig te achten. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.