ECLI:NL:RVS:2026:4414
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- G.O. van Veldhuizen
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van schadevergoeding voor fysieke mijnbouwschade zonder integrale beoordeling versterking woning
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland over de vergoeding van fysieke mijnbouwschade aan zijn woning in Groningen. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen had aanvankelijk een vergoeding toegekend van €18.572,66, die na bezwaar werd verhoogd naar €20.200,24. De rechtbank stelde de vergoeding vast op €29.246,38 en appellant ging hiertegen in hoger beroep.
Appellant stelde dat het Instituut in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en de vergewisplicht essentiële informatie over de veiligheid van zijn woning niet heeft onderzocht en dat er een integrale beoordeling met de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) had moeten plaatsvinden. Hij voerde aan dat zijn woning in aanmerking moest komen voor versterking en dat de schadevergoeding onvoldoende was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het Instituut geen grond had om de woning aan te melden bij de NCG voor versterking, omdat de deskundigenadviezen geen aanwijzingen gaven voor grootschalige constructieve schade die de veiligheidsnorm zou beïnvloeden. De zienswijzen en tegenadviezen van appellant boden geen voldoende aanleiding om het deskundigenadvies te betwijfelen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat er geen integrale beoordeling hoefde plaats te vinden en dat de vergoeding toereikend was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd bepaald dat het Instituut geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij de schadevergoeding van €29.246,38 wordt gehandhaafd zonder integrale beoordeling met de NCG.