ECLI:NL:RVS:2026:433
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielprocedure
Op 8 april 2025 wees de minister van Asiel en Migratie het verzoek van appellant om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep van appellant ongegrond op 13 november 2025. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter besloot op 29 januari 2026 dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat zij recht heeft op opvang en verstrekkingen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand door een derde.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en waarborgt dat verzoeker niet onherstelbare schade lijdt tijdens de procedure. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels in aanwezigheid van griffier N. Capel.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en krijgt opvang; minister moet proceskosten vergoeden.