ECLI:NL:RVS:2026:4302
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- J.C.A. de Poorter
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nadere beslistermijn en dwangsom bij aanvullende compensatie kinderopvangtoeslag
Appellant, een gedupeerde aanvrager van kinderopvangtoeslag, verzocht de Dienst Toeslagen om aanvullende compensatie voor werkelijke schade op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen nam niet tijdig een besluit, waarop appellant beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond en legde een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500, met een nadere beslistermijn tot 6 augustus 2025.
De Dienst Toeslagen stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat een langere nadere beslistermijn van 60 weken passend is en een lagere dwangsom van €100 per dag. Appellant stelde incidenteel hoger beroep in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de Dienst Toeslagen inmiddels een inhoudelijk besluit had genomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat vanwege de omvang en complexiteit van de hersteloperatie toeslagen en de beperkte effectiviteit van dwangsommen in deze context, teruggevallen moet worden op de wettelijke beslistermijn van twee weken en dat de dwangsom op nihil moet worden gesteld. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het de dwangsom betrof. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit werd gegrond verklaard, maar de dwangsom werd niet opgelegd.
Uitkomst: De dwangsom wordt vernietigd en op nihil gesteld, met terugval op de wettelijke beslistermijn van twee weken voor het nemen van een besluit.