ECLI:NL:RVS:2026:4293
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beoordeling tentamen Strafrecht en Rechtstaat aan UvA afgewezen
Appellant, een masterstudent Publiekrecht aan de Universiteit van Amsterdam, betwistte de beoordeling van zijn tentamen voor het vak Strafrecht en Rechtstaat, waarbij hij vond dat hij ten onrechte slechts 3 punten kreeg voor een specifieke vraag. Hij verzocht om herbeoordeling, maar de examinator en vakcoördinator handhaafden de oorspronkelijke beoordeling. Het College van Beroep voor de Examens (CBE) verklaarde het administratief beroep ongegrond.
Appellant stelde dat het CBE het zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel en gelijkheidsbeginsel had geschonden, onder meer door onvoldoende onderzoek te doen naar de juistheid van het normantwoord en de toepassing van het vierogen-principe. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zij geen inhoudelijke toetsing kan verrichten op de examenuitslag vanwege artikel 8:4 Awb Pro, en dat de procedurele aspecten door het CBE voldoende waren gewaarborgd.
Verder concludeerde de Afdeling dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden omdat appellant geen bewijs leverde van gelijke gevallen met andere studenten. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de beslissing van het CBE niet onrechtmatig was. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de tentamenbeoordeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.