ECLI:NL:RVS:2026:4225
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afzien van invordering dwangsom wegens onevenredigheid bij overschrijding bijbehorende bouwwerken
Het college van burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn legde aan [partij A] en [partij B] een last onder dwangsom op vanwege het overschrijden van het toegestane oppervlak van 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken op hun perceel. Na een controle concludeerde het college aanvankelijk dat aan de last was voldaan en dat geen dwangsommen waren verbeurd. Appellanten waren het hier niet mee eens en verzochten om invordering van de dwangsom.
Het college wees dit verzoek af omdat het oppervlak bij nader inzien toch groter bleek dan toegestaan, maar het onevenredig vond om de dwangsom te innen. De rechtbank oordeelde dat het college dit standpunt mocht innemen. In hoger beroep bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak deze uitspraak.
De Afdeling overweegt dat het college voorafgaand aan de last onder dwangsom de volières op het perceel niet als bijbehorende bouwwerken heeft aangemerkt en appellanten erop mochten vertrouwen dat zij aan de last voldeden. Bovendien heeft het college kort daarna een nieuwe last opgelegd die wel in overeenstemming was met het bestemmingsplan en waaraan appellanten voldeden. Gezien deze omstandigheden was het college bevoegd om af te zien van invordering van de dwangsom. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat het college terecht heeft afgezien van invordering van de dwangsom wegens onevenredigheid en het vertrouwen van appellanten.