ECLI:NL:RVS:2026:4194
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 19 september 2024 een aanvraag van appellant om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Vervolgens heeft de minister op 13 maart 2026 een nieuwe aanvraag van appellant niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag heeft op 28 april 2026 het beroep van appellant tegen deze niet-in- behandelingneming ongegrond verklaard.
Appellant heeft hiertegen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure heeft de minister meegedeeld dat appellant met onbekende bestemming is vertrokken en dat zijn gemachtigde geen contact meer met hem heeft. De Afdeling concludeert hieruit dat appellant geen bescherming meer zoekt in Nederland en daardoor geen belang heeft bij een beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 20 juli 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.