ECLI:NL:RVS:2026:419
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bewaring en verlenging maatregel
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 5 december 2025 in bewaring en verlengde deze maatregel op 15 december 2025 met maximaal drie maanden. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 december 2025 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep tegen de verlenging van de maatregel van bewaring niet-ontvankelijk is omdat tegen dit besluit geen hoger beroep openstaat volgens artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Daarnaast stelde appellant geen inhoudelijke gronden aan het hoger beroep ten grondslag, waardoor de Afdeling het overige hoger beroep niet-ontvankelijk verklaarde. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 28 januari 2026.
Uitkomst: Hoger beroep tegen verlenging bewaring is onbevoegd en het overige hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard.