ECLI:NL:RVS:2026:4181
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en SIS-signalering wegens ontbreken verblijf in Nederland
Appellant, een Bengaalse nationaliteit, kreeg op 14 februari 2022 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor studie. Deze vergunning werd op 27 maart 2024 ingetrokken met ingang van 5 april 2023, omdat de onderwijsinstelling hem had afgemeld wegens onvoldoende studievoortgang. Tegelijkertijd werd een terugkeerbesluit genomen en een SIS-signalering ingesteld.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het terugkeerbesluit en de SIS-signalering, omdat hij inmiddels naar Portugal was verhuisd. De rechtbank oordeelde dat het niet noodzakelijk is dat een vreemdeling zich op het moment van het terugkeerbesluit in Nederland bevindt, maar wel binnen de EU. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt anders en stelt dat de minister geen terugkeerbesluit mocht nemen omdat appellant niet fysiek aanwezig was op het Nederlandse grondgebied bij het besluit.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 16 oktober 2024, verklaart het hoger beroep gegrond, herroept het terugkeerbesluit en de SIS-signalering, en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en de SIS-signalering worden vernietigd omdat appellant niet in Nederland verbleef bij het besluit.