ECLI:NL:RVS:2026:417

Raad van State

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
BRS.26.000434
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.P. Vermeulen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure

Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 28 september 2025 is afgewezen. Na een tussenuitspraak van de rechtbank die de minister de gelegenheid gaf het besluit te herstellen, heeft de minister het besluit aangevuld. De rechtbank heeft vervolgens het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven.

Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet uitgezet zou worden voordat op het hoger beroep is beslist en hij opvang en verstrekkingen zou ontvangen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek gehonoreerd, verwijzend naar eerdere jurisprudentie, en bepaald dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt.

Daarnaast is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 23 januari 2026 door voorzieningenrechter B.P. Vermeulen.

Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

BRS.26.000434
Datum uitspraak: 23 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 16 januari 2026 in zaak nr. NL25.47173 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 28 september 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij tussenuitspraak van 12 november 2025 heeft de rechtbank de minister in de gelegenheid gesteld om een aan dat besluit klevend gebrek te herstellen.
Bij besluit van 9 december 2025 heeft de minister het besluit van 28 september 2025 aangevuld.
Bij einduitspraak van 16 januari 2026 heeft de rechtbank het door verzoeker tegen het besluit van 28 september 2025, aangevuld bij besluit van 9 december 2025, ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.
Tegen de einduitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.        Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.        Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.        De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. B.P. Vermeulen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van N. Capel LLM, griffier.
w.g. Vermeulen
voorzieningenrechter
w.g. Capel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2026
1024