ECLI:NL:RVS:2026:4118
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over rectificatie en inzage politiegegevens met schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen besluiten van de korpschef van politie inzake rectificatie en inzage van politiegegevens waarin appellant onterecht zou zijn genoemd als iemand die een aanslag op de kinderen van een journalist 'collateral damage' noemde.
De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard en de korpschef opgedragen de onjuiste verklaring intern te rectificeren en andere instanties te informeren. Tevens werd het beroep tegen het inzagebesluit gegrond verklaard vanwege onvolledige inzage, maar de rechtsgevolgen van dat besluit bleven in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat het inzagedossier nog steeds niet compleet was en dat de opdracht tot rectificatie uitgebreid moest worden naar Europol. De Afdeling oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat er meer documenten zijn en bevestigde dat de rechtbank de opdracht tot rectificatie niet had beperkt tot bepaalde instanties. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Daarnaast werd vastgesteld dat de procedure de redelijke termijn van vier jaar had overschreden met ruim twee jaar, waarvoor appellant een aanvullende schadevergoeding van € 2.000,00 werd toegekend bovenop de reeds toegekende € 500,00.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de Staat der Nederlanden tot betaling van de aanvullende schadevergoeding.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en kent een aanvullende schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.