ECLI:NL:RVS:2026:410
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring en toepassing hardheidsclausule door college Dordrecht
Appellante heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring, welke op 16 juni 2023 is afgewezen. Vervolgens verklaarde het college op 26 oktober 2023 het bezwaar van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. De rechtbank Rotterdam heeft op 14 december 2024 het beroep van appellante tegen het besluit van het college ongegrond verklaard.
Appellante ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de motivering van de rechtbank in de rechtsoverwegingen 6.3 en 7.4 overgenomen en bevestigd dat het college niet verplicht was de urgentieverklaring toe te kennen. Hoewel de Afdeling begrip heeft voor de moeilijke situatie van appellante, geldt dit ook voor vele anderen.
De Afdeling heeft specifiek beoordeeld of het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. Hiervoor is vereist dat een medische verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat de medische problematiek van een van de kinderen van appellante wordt versterkt door de woonsituatie en dat deze situatie leidt tot een medische noodzaak tot verhuizing. Een dergelijke verklaring ontbrak. Daarnaast heeft appellante onvoldoende eigen inspanningen geleverd om het woningprobleem op te lossen, doordat zij niet op woningen heeft gereageerd. Het feit dat de kans op toewijzing bij reactie of loting klein is, rechtvaardigt het niet om van deze eis af te wijken. De Afdeling oordeelt dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen urgentieverklaring toe te kennen of proceskosten te vergoeden.