ECLI:NL:RVS:2026:4088
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 10 september 2025 is afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank, die op 1 juli 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 16 juli 2026 besloten om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit houdt in dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen ontvangt.
Daarnaast is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter B. Meijer en griffier P.A.M.J. Graat.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet en krijgt opvang totdat het hoger beroep is beslist; minister moet proceskosten vergoeden.