ECLI:NL:RVS:2026:4072
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving beëindiging permanente bewoning recreatiewoningen in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Schagen legde op 5 juni 2025 aan verzoekers lasten onder dwangsom op om het gebruik van recreatiewoningen aan de Westerduinweg 34 in Sint Maartensvlotbrug voor permanente bewoning door seizoenarbeiders te beëindigen. Verzoekers, eigenaren van deze recreatiewoningen, verhuren deze aan voornamelijk Oost-Europese seizoenarbeiders, waaronder 28 Oekraïners. Zij erkenden dat permanente bewoning niet is toegestaan, maar vreesden dakloosheid van de Oekraïense bewoners.
De rechtbank verklaarde de beroepen van verzoekers ongegrond en verlengde de begunstigingstermijn van de dwangsommen. Verzoekers stelden hoger beroep in bij de Raad van State en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat handhaving niet in strijd is met het vertrouwensbeginsel, omdat de gedoogperiode tot 31 december 2024 liep en verzoekers niet persoonlijk geïnformeerd hoefden te worden over het einde daarvan.
Ook werd geoordeeld dat handhaving niet onevenredig is, aangezien verzoekers zelf verantwoordelijk zijn voor het beëindigen van de overtreding en het helpen van huurders bij het vinden van alternatieve woonruimte. Het college kon op korte termijn opvang bieden aan een deel van de Oekraïners, en het is gebruikelijk dat werkgevers woonruimte regelen voor seizoenarbeiders.
De voorlopige voorziening van 30 april 2026 verviel automatisch bij deze uitspraak, maar de voorzieningenrechter verlengde de begunstigingstermijn met vier weken om directe dakloosheid te voorkomen. De uitspraak bevestigt daarmee het handhavingsbesluit en wijst de beroepen af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd met verlenging van de begunstigingstermijn met vier weken.