ECLI:NL:RVS:2026:4070
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen Schadefonds Geweldsmisdrijven tegemoetkoming wegens ontbreken psychische letsel diagnose
Appellante heeft bij de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) een tegemoetkoming van € 5.000 aangevraagd. De CSG kende dit bedrag toe bij besluit van 12 juli 2024, maar verklaarde het bezwaar van appellante tegen dit besluit op 4 november 2024 ongegrond. Appellante ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 mei 2025, die het beroep ongegrond verklaarde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 13 juli 2026 in een mondelinge uitspraak het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Afdeling overwoog dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat appellante een diagnose voor psychisch letsel heeft gekregen van een bevoegd en bekwaam hulpverlener, zoals vereist is volgens de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven en de Letsellijst.
De begeleiding die appellante ontving van 2016 tot en met 2020 bestond uit structurele psychosociale ondersteuning en praktische begeleiding door een maatschappelijk werker van het Expertisecentrum Seksualiteit Sekswerk & Mensenhandel. Deze begeleiding voldoet niet aan de vereiste diagnosestelling. Daarom is het bezwaar van appellante terecht ongegrond verklaard en blijft het besluit van de CSG in stand.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen het besluit van de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een vereiste diagnose psychisch letsel.