ECLI:NL:RVS:2026:4070

Raad van State

Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
202503459/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing bezwaar tegen Schadefonds Geweldsmisdrijven tegemoetkoming wegens ontbreken psychische letsel diagnose

Appellante heeft bij de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) een tegemoetkoming van € 5.000 aangevraagd. De CSG kende dit bedrag toe bij besluit van 12 juli 2024, maar verklaarde het bezwaar van appellante tegen dit besluit op 4 november 2024 ongegrond. Appellante ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 mei 2025, die het beroep ongegrond verklaarde.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 13 juli 2026 in een mondelinge uitspraak het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Afdeling overwoog dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat appellante een diagnose voor psychisch letsel heeft gekregen van een bevoegd en bekwaam hulpverlener, zoals vereist is volgens de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven en de Letsellijst.

De begeleiding die appellante ontving van 2016 tot en met 2020 bestond uit structurele psychosociale ondersteuning en praktische begeleiding door een maatschappelijk werker van het Expertisecentrum Seksualiteit Sekswerk & Mensenhandel. Deze begeleiding voldoet niet aan de vereiste diagnosestelling. Daarom is het bezwaar van appellante terecht ongegrond verklaard en blijft het besluit van de CSG in stand.

Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen het besluit van de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een vereiste diagnose psychisch letsel.

Uitspraak

202503459/1/A2.
Datum uitspraak: 13 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellante], wonend in [woonplaats],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 mei 2025 in zaak nr. 24/9178 in het geding tussen:
[appellante]
en
Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG).
Openbare zitting gehouden op 13 juli 2026 om 10:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer
griffier: mr. C. Kouidar
Verschenen:
CSG, vertegenwoordigd door mr. D. den Besten.
Bij besluit van 12 juli 2024 heeft de CSG aan [appellante] een tegemoetkoming van € 5.000 uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven toegekend.
Bij besluit van 4 november 2023 (lees: 2024) heeft de CSG het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 27 mei 2025 van de rechtbank Den Haag, waarin het beroep van [appellante] tegen het besluit van 4 november 2024 ongegrond is verklaard.
Beslissing:
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Gronden:
Uit wat [appellante] naar voren heeft gebracht, is niet gebleken dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. Uit de overgelegde stukken volgt niet dat bij [appellante] een diagnose voor psychisch letsel door een bevoegd en bekwaam hulpverlener is gesteld, zoals vereist volgens de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven en de Letsellijst. Uit de stukken blijkt dat [appellante] in de periode 2016 tot en met 2020 eens per twee weken door een maatschappelijk werker van het Expertisecentrum Seksualiteit Sekswerk & Mensenhandel werd begeleid. Die begeleiding bestond uit structurele gesprekken, gericht op het bieden van psychosociale ondersteuning en praktische begeleiding. De stukken zijn niet aan te merken als de vereiste diagnosestelling.
w.g. Borman
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Kouidar
griffier
1120