ECLI:NL:RVS:2026:3992
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 22 september 2025 een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en beval hem de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vergt en dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling. Gezien de belangen van beide partijen werd de voorlopige voorziening getroffen dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist.
De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 10 juli 2026 door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.