ECLI:NL:RVS:2026:3961
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning calamiteitenbrug ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn verleende op 23 januari 2024 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een calamiteitenbrug die twee delen van een woonwagenkamp verbindt. De brug dient als calamiteitenroute voor nood- en hulpdiensten. Appellante, wonend nabij de locatie, maakte bezwaar tegen de vergunning omdat volgens haar toezeggingen was gedaan dat er alleen een voetgangersbrug zou komen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat het college gebonden is aan de weigeringsgronden van artikel 2.10, eerste lid, Wabo en geen ruimte heeft voor een belangenafweging of het vertrouwensbeginsel in deze situatie.
Appellante kon ook niet zonder meer gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan eerdere communicatie uit 2017, mede omdat het om een conceptverslag ging en gewijzigde inzichten mogelijk zijn. De Afdeling concludeert dat het beroep op het vertrouwensbeginsel en de geschiktheid van de brug niet tot weigering van de vergunning kunnen leiden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de omgevingsvergunning voor de calamiteitenbrug wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.