ECLI:NL:RVS:2026:3942
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen in asielprocedure
Verzoeker heeft op 25 juli 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing op 12 juni 2026 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 9 juli 2026 besloten om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Dit omdat de termijn voor het instellen van hoger beroep nog niet was verstreken en het belang van verzoeker bij het voorkomen van uitzetting groot is.
Daarnaast is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934,00, dat geheel toe te rekenen is aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De voorzieningenrechter kan deze voorlopige voorziening ambtshalve wijzigen of opheffen voordat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.