ECLI:NL:RVS:2026:387
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag had dit beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure heeft de minister gemeld dat appellant met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten. De gemachtigde van appellant heeft niet kunnen aantonen dat er nog contact met appellant is of dat appellant nog bescherming in Nederland zoekt. Hierdoor concludeert de Afdeling dat appellant geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 22 januari 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang van appellant.