ECLI:NL:RVS:2026:3774
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen invordering dwangsom door gemeente Haarlemmermeer
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer legde op 30 augustus 2024 zes lasten onder dwangsom op aan verzoekster om overtredingen te beëindigen. Na bezwaar en beroep werden enkele lasten herroepen of vernietigd, maar de dwangsommen voor twee specifieke overtredingen bleven gehandhaafd.
Op 25 maart 2026 nam het college een nieuw invorderingsbesluit tot invordering van € 1.000,- wegens een nieuwe overtreding van een last. Verzoekster vroeg een voorlopige voorziening om dit besluit te schorsen, stellende dat het besluit prematuur was, het bedrag niet kenbaar was gemaakt en dat geen evenredige belangenafweging had plaatsgevonden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de invordering niet afhankelijk is van de onherroepelijkheid van het oorspronkelijke besluit, dat het bedrag correct was vermeld en dat het college geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die schorsing rechtvaardigen. De financiële draagkracht van verzoekster was onvoldoende onderbouwd om invordering te weigeren.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd bepaald dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het invorderingsbesluit van 25 maart 2026 is afgewezen.