ECLI:NL:RVS:2026:3706
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan gemotiveerd verweer tegen bewaring
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 12 mei 2026 in bewaring. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 mei 2026 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep gaf appellant geen inhoudelijke gronden aan waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor kon de Afdeling geen inhoudelijk oordeel vellen over het hoger beroep. Er waren ook geen bijzondere omstandigheden aanwezig die een uitzondering konden rechtvaardigen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van mr. H.G. Sevenster op 26 juni 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd verweer.