ECLI:NL:RVS:2026:3704
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 2 september 2025 is afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 1 mei 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure heeft de minister gemeld dat appellant met onbekende bestemming is vertrokken en de gemachtigde van appellant heeft verklaard geen contact meer met hem te hebben. De Afdeling concludeert hieruit dat appellant geen bescherming meer zoekt in Nederland en daardoor geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 26 juni 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.