Uitspraak
Datum uitspraak: 24 juni 2026
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer
griffier
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk heeft op 14 mei 2024 geweigerd het ontwerpwijzigingsplan vast te stellen dat voorzag in wijziging van de bestemming van een perceel van 'Agrarisch - Tuindersgebied' naar 'Tuinderswoningen'. De appellant, eigenaar van het perceel, had op 26 september 2023 het verzoek ingediend om toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan.
Het college stelde dat niet aan de wijzigingsvoorwaarden was voldaan omdat de agrarische bedrijfsactiviteiten op het (voormalig) agrarisch bouwperceel niet volledig waren beëindigd en het oppervlak aan bijgebouwen te groot was. De appellant voerde aan dat de agrarische activiteiten op zijn perceel waren beëindigd en dat het college ten onrechte ook een aangrenzend perceel betrok. Tevens stelde hij dat het college het gelijkheidsbeginsel had geschonden door in vergelijkbare gevallen wel bestemmingswijzigingen toe te staan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het begrip 'ter plaatse' in de wijzigingsvoorwaarden moet worden gelezen als het gehele voormalige agrarische bouwperceel, bestaande uit beide kadastrale percelen. Omdat op het aangrenzende perceel nog agrarische activiteiten plaatsvinden, is niet voldaan aan de voorwaarde dat deze volledig beëindigd moeten zijn. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situaties niet vergelijkbaar waren. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het wijzigingsplan wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de wijzigingsvoorwaarden.