ECLI:NL:RVS:2026:368
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning dakopbouw en dakterras in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 31 januari 2020 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een dakopbouw met dakterras op een woning aan de locatie in Amsterdam. Appellant, wonend aan de achterzijde, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en de rechtbank ongegrond werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep van appellant in 2023 gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarna het college een nieuw besluit nam dat opnieuw het bezwaar ongegrond verklaarde.
De Afdeling heeft het nieuwe besluit van het college op 21 januari 2026 behandeld en overwogen dat het college de vergunning mocht verlenen ondanks een geringe overschrijding van de maximale bouwhoogte. Het college had de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid van de dakopbouw voldoende gemotiveerd, mede gelet op de bestaande bouwhoogtes in de omgeving en de specifieke beleidsregels. De achterzijde van de dakopbouw leidt niet tot onaanvaardbare effecten op bezonning en privacy van appellant.
Ten aanzien van het dakterras oordeelde de Afdeling dat de beleidsregel die een afstand van 1 meter tot de zijdelingse perceelsgrens voorschrijft, niet strekt tot bescherming van appellant omdat zijn woning niet zijdelings grenst aan de woning met de dakopbouw. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor dakopbouw en dakterras wordt ongegrond verklaard en het collegebesluit blijft in stand.