ECLI:NL:RVS:2026:3648
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang voor onjuiste afvalaanbieding
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 2 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een kartonnen doos te verwijderen die naast een papiercontainer was aangetroffen. De doos droeg een adreslabel met de naam en adresgegevens van appellant, die werd aangemerkt als overtreder van de Afvalstoffenverordening 2010 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit.
Appellant betoogde dat hij de doos correct in de papiercontainer had geplaatst, maar dat deze vanwege beperkte ruimte gedeeltelijk uit de opening stak en mogelijk later uit de container was gevallen of door derden was verwijderd. Hij stelde dat het enkel aantreffen van zijn adres op de doos niet automatisch betekent dat hij het afval onjuist heeft aangeboden.
De Raad van State oordeelde dat het risico dat de doos uit de container viel of door derden werd verwijderd voor rekening van appellant komt, omdat het aanbieden van afval waarbij een deel uit de container steekt niet is toegestaan volgens de afvalverordening. Het bewijsvermoeden dat appellant de overtreder is, werd niet weerlegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van spoedeisende bestuursdwang wegens onjuiste afvalaanbieding wordt ongegrond verklaard.