ECLI:NL:RVS:2026:3645
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit en legde de minister een dwangsom en een proceskostenvergoeding van € 233,50 op.
Appellant ging in hoger beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) toepaste in plaats van 0,5 (licht). Daarom werd het vonnis vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betrof.
De Afdeling veroordeelde de minister tot een hogere proceskostenvergoeding van in totaal € 934,00, verdeeld over beroep en hoger beroep. Het hoger beroep werd als licht aangemerkt en de zaak bevatte geen vragen over Unierecht. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 25 juni 2026.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard en proceskostenvergoeding aan appellant verhoogd tot € 934,00.