ECLI:NL:RVS:2026:3620
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit asielaanvraag
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit, en legde de minister een dwangsom en een proceskostenvergoeding van € 233,50 op.
Appellant ging in hoger beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank onjuist een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) had toegepast in plaats van 0,5 (licht). Daarom werd het vonnis vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betrof.
De Afdeling veroordeelde de minister tot een hogere proceskostenvergoeding van in totaal € 934,00, verdeeld over beroep en hoger beroep, en kwalificeerde het hoger beroep als licht van aard. Er werden geen vragen gesteld over Unierechtelijke bepalingen. De uitspraak werd gedaan door lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij op 25 juni 2026.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank over de proceskostenvergoeding en veroordeelt de minister tot een hogere vergoeding van € 934,00.