ECLI:NL:RVS:2026:3613
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit, en legde de minister een dwangsom en een proceskostenvergoeding van € 233,50 op.
Appellant ging in hoger beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onjuist de wegingsfactor 0,25 (zeer licht) toepaste in plaats van 0,5 (licht). Daarom werd het vonnis vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betrof.
De Afdeling veroordeelde de minister tot een hogere proceskostenvergoeding van in totaal € 934,00, verdeeld over beroep en hoger beroep, en wees het hoger beroep toe omdat het uitsluitend over de proceskosten ging en van lichte aard was. De zaak werd in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis over proceskostenvergoeding en veroordeelt de minister tot een hogere vergoeding van € 934,00.